Het eindrapport met bijlagen en de artikelen zijn allemaal te vinden op de site dnadialoog.nl. Daar is ook een samenvattend filmpje te zien.
Uit de gevoerde gesprekken bleek, dat de deelnemers over het algemeen niet principieel tegen het aanpassen van DNA van toekomstige kinderen waren. Maar dat betekent niet dat ze er automatisch voorstander van waren; ze vonden het alleen acceptabel of wenselijk als het voor hele specifieke doelen (alleen voor het voorkomen van ernstige erfelijke aandoeningen) en onder strikte voorwaarden wordt toegepast, zonder dat belangrijke (maatschappelijke) waarden onder druk komen te staan.
Dat vertalen naar beleid was nog niet mogelijk. Er waren nog te veel vragen. Denk aan vragen als: Wanneer noem je een aandoening ernstig? Wanneer vinden we het aanpassen van embryo-DNA veilig genoeg? Zijn alternatieven zoals embryoselectie (PGT) niet al voldoende om te voorkomen dat er een kind geboren wordt met een erfelijke aandoening? Is het aanpassen van embryo-DNA eigenlijk wel nodig? En zal er een maatschappij ontstaan waarin mensen met een aandoening niet meer geaccepteerd worden? Zullen ouders steeds meer onder druk komen te staan om hun toekomstige kind genetisch te laten bewerken? Hoe zit het met commerciële belangen?
Er was behoefte aan verdiepend onderzoek. Met het onderzoeksproject De DNA dialogen is een volgende stap gezet.